3. Werkwijze

  1. Maak een groep van vier leerlingen. Dat is de groep van ambtenaren die de burgemeester gaat helpen.
  2. Je spreekt met elkaar af om eerste alle informatie in een kladversie te verzamelen. Dat mag ook met de computer, máár niet meteen mooi maken. 
  3. Eerst gaan jullie samen informatie zoeken en ordenen over Jan Pieterszoon Coen. Wie is die man? Beschrijf in het kort zijn leven. Vergeet vooral niet te vertellen waarom hij zo bekend is.
  4. Vervolgens verdeel je de groep in tweeën. Dus twee bij twee.
    1. Het ene tweetal doet alsof ze voorstander zijn om de tekst bij het standbeeld aan te passen.
    2. Het andere tweetal is juist tegenstander om de tekst aan te passen.
  5. Je vraagt aan de burgemeester (je leerkracht) op welke manier de resultaten van jullie onderzoek moet worden gepresenteerd. Dat zou kunnen als: